Vooruitblik Home Agenda Bestuur Opendag Pariodiek Terugblik
 
Joop
 

februari 2012

Lieve mensen,

Sneeuw hoort bij winter, maar is ook spelbreker. Waar zijn de tijden, waarin je onder je, jezelf kon zien schaatsen? Of dat je voortgleed op de gladde donkere stukken, waar hier en daar een belletje de ijslaag opvrolijkte? Ik vroeg me altijd af waar die belletjes vandaan kwamen, maar dan was je al weer verder en werd je gebiologeerd door het ratelende geluid van de ijzers op het ijs. Toch gingen er vroeger ook winters voorbij zonder dat we op het ijs konden. Als het na een paar jaar weer wel kon wist je na een paar slagen dat je het nog niet verleerd was. Eén keer heb ik meegedaan aan een wedstrijd. Ik woonde tijdelijk in Brabant. Ik heb toen aan den lijve ondervonden dat spreekwoorden best wel eens opgang doen: In het land der blinden is eenoog koning. Er waren toen nog weinig Brabanders die konden schaatsen dus kon ik voor een keer de beste zijn. Maar ik had sterk de indruk dat het maar heel even ging om het winnen. Samen op het ijs daar ging het om. De sfeer tussen de rijders is altijd geweldig. We kunnen dat zelfs voelen als we straks allemaal weer voor de buis zitten om de Elfstedentocht te zien, mee te maken. De sfeer die dan van de buis afdruipt. Mensen helpen elkaar waar het kan en niet alleen als het moet. We zouden die houding onszelf moeten aanmeten onder alle omstandigheden, niet alleen op het ijs. De wereld zou er heel anders uitzien. Er is een definitieve datum voor de Open Dag: zondag 25 maart. Zet de datum in je agenda, want hij nadert met rasse schreden. Deze dag willen we laten zien waar de Vereniging voor staat. Hoe de indeling gaat worden zullen we in de Pariodiek van maart bekend maken. Maar dat het een bijzondere dag wordt staat vast. Ik heb een droevige mededeling: JanWillem stopt aan het eind van dit seizoen met zijn bestuursfunctie. Het is altijd jammer afscheid te moeten nemen en vooral als iemand zich zo degelijk van zijn taak gekweten heeft. We zullen hem missen in het bestuur. Denk er eens over na of jij degene bent die zijn taak zou willen overnemen. Marijke Creveld komt maandag de 13de weer vertellen over “haar” bomen. Het wordt een heel bijzondere avond. Tot dan.

groetjes, Joop

 

Pariodiek per mail (of niet)

Omdat we in december van het vorige jaar bijna verplicht waren de Pariodiek per mail te versturen door de stakingen, zijn we ineens met het idee geconfronteerd. Een goed idee, want het drukken en vooral het versturen van de Pariodiek is na de gage voor de sprekers, de grootste uitgavenpost voor de penningmeester. Het is dan ook zinnig alle leden te vragen of jullie ook genoegen nemen met de elektronische Pariodiek. Het is heel eenvoudig: stuur een mailtje naar: jmschouten@hotmail.com en vergeet dan niet te vermelden of je de Pariodiek per mail wil ontvangen. Als je dat niet wil is het evengoed zinnig je emailadres te geven, omdat er een enkele keer wel eens iets doorgegeven moet worden wat niet zo snel per post kan. En dan is mailen makkelijker dan iedereen bellen. Er is dus geen enkele verplichting de Pariodiek in het vervolg per mail te ontvangen. Er zijn zelfs mensen die de Pariodiek mee naar bed nemen, wat moeilijk is met een computer. Ik zie jullie mailtjes wel tegemoet.

 
 
Martines Column
Heb je vragen of opmerkingen? Mail naar: martineclausen@gmail.com
 
 

Winter

Als filigraan tekenen ze zich af tegen de helderblauwe lucht. Hun kale takken elegant ten hemel spreidend. Kleine twijgjes waaieren in alle richtingen. Een clubje kauwtjes strijkt luid kakelend neer.
Hoe zou het zijn om kauw te zijn en in een groep te leven. Hoe zou het zijn van daarboven het uitzicht te kunnen bewonderen.

Het vriest. Het is windstil. Ineens een roep van een vogel, een klank mij tot dusver onbekend. Ik kijk over de bevroren vijver. Het is een zwaan. Hij roep zijn maatje. Maar die is weggevlogen. Hij roept tevergeefs. Mijn maag knijpt samen. Zwanen horen niet alleen. Ik ga naar buiten. Goed ingepakt, oren verstopt in een onelegante muts. Ik stap het ijs op en loop naar de zwaan. Hij eet brood uit mijn hand. Een paar eendjes haasten zich naar voren. Ook zij hebben honger. Na een poosje hoeft de
zwaan niet meer. Het fenomeen overeten is hem vreemd, net als het fenomeen hamsteren. Meer dan hij opkan hoeft hij niet. Ik zal morgen terugkomen, voor een
nieuwe maaltijd.
Het schemert al. Bijna bij de poort hoor ik een nieuw soort schreeuw. Ik kijk op. Een uil vliegt over mijn hoofd. Ik kan hem goed zien. Mijn hart maakt een sprongetje. Een uil! Nooit eerder op deze plek gezien, en ook niet verwacht. Wat prachtig. Ik neem me voor uil op te zoeken in mijn boeken. Kijken wat het betekent. Tja, zo ben ik nu eenmaal.
De volgende dag is grijs. Het is nog steeds koud. Het begint te sneeuwen. Ik loop naar mijn bijkeukentje en pak de verrekijker. Twee spechten, vier Vlaamse gaaien, twee roodborsten, een hele batterij vinken, twee merels en twee lijsters, twee halsbandparkieten, spreeuwen, boomklevers, een stel kauwtjes en in de verte eksters. Allemaal zitten ze op het vinkentouw. Er scharrelen ook nog een paar waterhoentjes. Er moet gevoerd worden zoveel is duidelijk.
Ik zet een tafeltje buiten, in de hoop de sneeuw weg te houden, zodat ze het zaad gemakkelijk kunnen vinden. Sneeuw laat zich echter niet tegenhouden. Het waait inmiddels en het lijkt meer op een sneeuwstorm. Mooie ouderwetse stevige sneeuw. Grote vlokken die blijven liggen. Ik denk aan het waterhoentje dat ik vorige week heb moeten begraven. Het arme diertje lag vlak naast de ijzeren poort. Het had zijn nekje gebroken. Later bedacht ik dat dit vast was gekomen doordat ik onverwacht naar buiten kwam en zij als een haas wegrende. Bijna letterlijk als een kip zonder kop. Eerst dacht ik dat het een duif was. Maar dat was ze niet. Ze was nog warm. En zo prachtig. Nooit had ik zo dichtbij de poten van een waterhoen gezien. Nu lag ze in mijn hand. Hoe kan moeder Natuur zoiets prachtigs maken als de poot van een waterhoen. De kleuren, de structuur, de elegantie. En dan die veren. Zo zacht, zo fraai. Het kopje hing opzij. Er was maar weinig bloed. Een klein streepje bij de snavel. Zo triest. Ik kon haar daar niet laten liggen. Ik besloot dat ze een begrafenis verdiende. De grond was hard maar ik wist er een gat in te krijgen. Zorgvuldig legde ik haar er in.
Zou haar eega haar zoeken? Ik verdrong die gedachte, nog even en ik zou Mozarts Requiem opzetten.
Nu was haar vogelgraf bedekt onder een prachtige witte laag sneeuw. Beschermend. Als een deken. Uiteraard zocht ik waterhoen op in mijn boek. Ik was haast geschokt door de toepasselijkheid van haar boodschap in mijn leven. In gedachten bedankte ik haar voor de verwijzing. Ik hoop dat waterhoentjes ook reïncarneren.
Het was doodstil in mijn kamer vanmiddag. De sneeuw viel gestaag. Geluidloos. Wonderlijk hoe sneeuw onmiddellijk effect heeft op het gevoel. In de korte tijdspanne van stilte, als de jeugd nog op school zit, verandert ze de wereld in een maagdelijk vriendelijk oord. Alle narigheid lijkt wel even verdwenen. De stilte haast tastbaar.
Wat anders zijn wij mensen als deel van de natuur? Wat anders hebben wij eigenlijk echt nodig? Waar zijn we de weg kwijtgeraakt en belandden we in de ratrace? Wanneer zien we in, dat stilhouden beter is dan rennen. Ervaren beter is dan wegdromen. Voelen beter is dan denken. Bewustzijn alles anders maakt. Alleen maar nu.

Martine Clausen, mijmerend.